Over mij

Wie ben ik en waarom heb ik de naam Kintsugi-Mushin Photography gekozen? Kintsugi (/kɪnˈtsuːɡi/, 金継ぎ) is de Japanse kunstvorm van het repareren van gebroken keramiek met gouden verf. In plaats van te repareren met lijm, blijft de schade zichtbaar bij het gebruik van gouden verf; de blik wordt naar de breuklijnen getrokken. De filosofie van kintsugi stelt dat door het zichtbaar maken van reparaties aan een gebruiksvoorwerp, de leeftijd van het voorwerp naar voren komt - en gewaardeerd wordt - waarmee de reparaties onderdeel uitmaken van de geschiedenis van het voorwerp. De pratkijk en filosofie van Kintsugi  overlappen met wabi-sabi (het omarmen van de esthetiek van onvolkomenheden en imperfecties) en is ook gerelateerd aan mushin (無心, "geen gedachten").

In 2023 werd ik ziek door het corona virus en daar hield ik long covid aan over. Deze ziekte zette mijn hele leven op zijn kop: waar ik eerst een heel drukbezet en sportief persoon was met een fulltime baan, werd ik werkloos, constant uitgeput, geplaagd door inspanningsintolerantie (post exertional malaise) met last van hersenmist, vergeetachtigheid en woordvindproblemen. Ik voel mij gebroken, maar ben nog steeds hoopvol dat ik ooit genoeg op zal knappen om mij weer enigzins 'de oude' te voelen. De filosofie van kintsugi en wabi-sabi spreken mij op een persoonlijk vlak aan: ik moet mijn huidige zieke staat van zijn accepteren en omarmen dat alle beperkingen in mijn dagelijks functioneren nu een integraal onderdeel van mij en mijn leven(sloop) uitmaken. 

In de Japanse Zen filosofie wordt mushin beoefend als onderdeel van zazen (zittende meditatie). Ik heb een aantal jaren Wado Ryo Karate gedaan, en elke training begon met een begroeting van (buiging naar) alle karateka's en de sensai (leraar), gevolgd door een korte meditatie in seiza (een traditionele manier van zitten in Japan, in een knielende positie, zoals hiernaast afgebeeld) met als doel de geest leeg te maken en de focus te verschuiven naar het 'nu.'

Mushin geeft mij een woord om de recente radicale veranderingen in mijn leven te omschrijven - en een filosofie om ermee om te gaan. In de omgang met de symptomen van long covid speelt pacing een belangrijke rol in het voorkomen van post exertional malaise, wat al mijn symptomen verergert en mij ernstig zieker (en bedlegerig) maakt. Het is erg belangrijk om de huidige situatie te accepteren en zoveel mogelijk in het 'nu' te leven, zowel voor mijn fysieke als mijn mentale gezondheid. Kintsugi en mushin staan ook centraal in mijn filosofie als fotograaf.

Eind jaren '90 kreeg ik de Pentax Spotmatic SP1000 spiegelreflexcamera van mijn vader en zijn drie M42 lenzen (35mm, 55mm, and 135mm). Mijn vader leerde mij om te gaan met de camera en de grondbeginselen van analoge fotografie. Ik nam leuke foto's, maar die waren grotendeels (nog) niet van het creatieve niveau dat ik voor ogen had. 

 

Begin jaren 2000 kwamen de eerst digitale camera's op de markt. Niet lang daarna volgde een wereldwijd verbod op alle batterijen die lood bevatten, wat betekende dat ik op een gegeven moment de lichtmeter van de Spotmatic niet meer zou kunnen gebruiken. Ik legde meteen een flinke voorraad batterijen aan om die situatie zo lang mogelijk uit te stellen, maar kocht voor de zekerheid een digitale spiegelreflexcamera: de Pentax K100D Super. Daar kocht ik ook meteen een adapterring bij, zodat ik de M42 lenzen van mijn vader kon blijven gebruiken. Maar om de een of andere reden kreeg ik geen mooie foto's uit de K100D; ik kon er niet zo goed mee overweg. Ik raakte ontmoedigd en besloot dat ik een fotografie-cursus nodig had om digitale fotografie goed onder de knie te krijgen. Beide Pentax camera's verdwenen in een kast en bleven daar ongebruikt liggen.... tot 2025.

 

Nadat ik ziek werd, kon ik niet langer mijn oude werk doen en als vervangend werk hielp ik mee bij de erfgoed-afdeling met het beschrijven van erfgoed-objecten van het universitair medisch centrum (ruim 25 jaar mijn werkgever). Ik kreeg de kans om een cursus objectfotografie voor erfgoedobjecten te volgen: een uitgelezen kans om eindelijk goed met mijn  Pentax K100D om te leren gaan. Ik kreeg het fotografie-virus weer te pakken, maar kwam er ook snel achter dat de tijd de K100D had ingehaald: zodra ik inzoomde op een foto dan werd alles wazig. Ik had scherpere foto's en dus meer megapixels nodig voor objectfotografie. 

 

Dus ik kocht nieuwe gear: de Pentax K-1 Mark II digitale spiegelreflexcamera voor objectfotografie en studiowerk, en de Canon EOS R8 systeemcamera voor buiten de deur. De EOS R8 is compacter en een stuk lichter dan de Pentax K-1, dus die camera is prettiger om voor langere tijd mee te dragen. De M42 adapter voor the Canon is nogal groot, maar ik kan in ieder geval nog steeds mijn oude M42 lenzen erop schroeven.

 

Mijn voorliefde voor Pentax gear is de aanleiding geweest voor het verzamelen van vintage Takumar lenzen. Simon utak's YouTube kanaal inspireerde mij om ook op jacht te gaan naar andere "bokeh monsters" zoals de Helios 44-3, de Carl Zeiss Jena Tessar Red T, de Meyer-Optik Görlitz Orestegon, en de Yashica Yashinon-DS. De Yashica lens kwam samen met een Yashica TL Electro X SLR camera, dus nu ben ik de trotse bezitter van twee iconische analoge spiegelreflexcameras. Recent kwam daar nog eentje bij: de Pentax K "King" met bijbehorende Auto-Takumar 55mm f1.8 zebralens, geïntroduceerd in 1958. Deze camera's hebben geen door de lens lichtmeting (TTL), dus kwam er een Weston Master V lichtmeter met Invercone hoes bij. Prachtig, zulke stukjes fotografie-geschiedenis. En dat smaakt naar meer.

 

Er volgden twee klassieke analoge half-frame camera's: de Konica Auto-Reflex (Autorex in Japan) 35mm spiegelreflexcamera, die als unieke eigenschap heeft dat je via een schuifje kunt kiezen tussen full-frame en half-frame (en dus drieluiken kunt maken), en de Olympus Pen F 35mm spiegelreflexcamera. Die grote gotische F op de body ziet er gewoon heel cool uit (geniale marketing, het is onbegrijpelijk dat die Gotische F op latere modellen weggelaten is).  Ik had tot dan toe alleen maar ervaring met full-frame camera's, maar half-frame heeft zo zijn charmes (en voordelen):  Je kunt twee keer zoveel foto's maken met 1 rolletje film en daarnaast experimenteren met tweeluiken. Omdat je met de Konica Auto-Reflex kunt wisselen tussen full-frame en half-frame, kun je met die camera ook experimenteren met drieluiken: een full-frame geflankeerd tussen twee half-frame beelden. Creatief gezien erg interessant dus. 

 

Tja, en dan zijn er nog de klassieke Duitse camera's. Een Zeiss Ikon Contaflex 35mm SRL, Leica Leicaflex TL 35mm SRL en een Leica IIIc rangefinder camera maken mijn collectie compleet. 

 

Als (kunst)fotograaf wil je zoveel mogelijk controle over het hele proces, en handmatige belichtingsmeting geeft je weer meer inzichten. Ik ben opgegroeid in het analoge tijdperk en heb niets met nabewerken.  Vroeger kon je je foto's niet achteraf "repareren" als ze eenmaal ontwikkeld en afgedrukt waren. Je maakt in één keer een goede foto - of niet. 

 

Tja, en dan is de volgende stap niet ver weg: een doka waarin je zelf je foto's gaat ontwikkelen en afdrukken. Hoe tof is dat! Dat komt er binnenkort ook en over dat avontuur (en de resultaten) zal ik in mijn blog te zijner tijd meer vertellen.

 

In mijn fotografie pas ik de filosofie van kintsugi en mushin toe: ik combineer oud met nieuw,  digitaal met analoog, en ik omarm imperfecties (dus geen digitale filters en nabewerking).

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.